|
Voor sommige is het dekseizoen alweer begonnen andere kijken uit naar het resultaat van hun inspanningen van vorig jaar. Veel merries zitten nu rond de 7e – 8e maand van de dracht. De merrie verdient nu wat extra aandacht om optimaal een gezond veulen op de wereld te zetten.
In dit artikel wordt aandacht besteed aan vaccinatie, ontworming, voeding en huisvesting van de drachtige merrie.
VACCINATIE
Veel drachtige merries worden volgens het zelfde schema geënt als de overige paarden in de stal. Eén keer per jaar wordt de vaccinatie met influenza en tetanus toegediend. Voor een optimale bescherming van het veulen is het goed dat deze vaccinatie 4-8 weken voor de geboorte van het veulen plaats vindt. Het gehalte aan antistoffen in de biest zal hierdoor toenemen. Op grote stallen met meerdere paarden kan het verstandig zijn om ook tegen rhinopneumonie te enten. Wil men de merrie beschermen tegen abortus door dit virus dan moet er gevaccineerd worden op 3, 5, 7 en 9 maanden dracht.
ONTWORMING
Drachtige merries moeten ook ontwormd worden!! De gedachte dat een merrie haar veulen verliest door ontwormen is echt achterhaald. Een drachtige merrie dient al haar energie te kunnen gebruiken voor de groei van een gezond veulen. De aanwezigheid van wormen zorgt voor een verminderde opname en verhoogd verlies van voedingstoffen. De merrie kan wormen rechtstreeks doorgeven aan haar veulen. Ontwormen is dus belangrijk!
Rond de geboorte worden door een verandering in hormonale factoren en afweerstatus opeens veel meer wormeitjes uitgescheiden. Dit heet de “peri-parturient rise”. Het streven is om deze uitscheiding zoveel mogelijk te beperken. Dit kan door de merries 2-3 weken voor het veulenen opnieuw te ontwormen.
Bij drachtige merries is het aan te bevelen om twee maandelijks ivermectine te geven en aan het einde van de dracht moxidectine. De wormstatus en eventuele verdenking op resistentie is goed te controleren door middel van een mestonderzoek. Lees altijd goed de bijsluiter om na te gaan of het product geschikt is voor een drachtige merrie. Het is van groot belang het juiste gewicht van de merrie te schatten. Te laag doseren werkt resistentie in de hand.
VOEDING
De voeding van een drachtige merrie is niet anders als van andere paarden.
Ruwvoer is de basis!! Krachtvoer wordt aanvullend verstrekt. Een merrie die te royaal gevoerd wordt en te dik is heeft meer kans op problemen ten tijde van de geboorte of vlak daarna. Een drachtige merrie moet in een correcte conditie zijn.
Het laatste trimester van de dracht groeit het veulen echter spectaculair snel en neemt de behoefte van de merrie toe. Het wordt dan tijd om de voeding aan de toegenomen behoefte aan te passen. Een gezond paard wat niet werkt heeft in principe voldoende, qua energie- en eiwitbehoefte, aan gras. Door het gebrek aan kruiden en eenzijdige grassoorten kan een gebrek aan vitaminen en mineralen ontstaan. Het is dan noodzakelijk een zout- of mineralenliksteen ter beschikking te stellen. Vitaminen en mineralen kunnen ook via een voedingssupplement worden toegediend. Bij vorderende dracht en gewichtverlies kan een beperkte hoeveelheid merriebrok worden verstrekt. Merriebrok wordt geleidelijk geïntroduceerd in meerdere kleine porties. Gebruik merriebrok van goede kwaliteit.
Gras, hooi of kuilvoer van uitstekende kwaliteit blijft echter de basis van het rantsoen.
Vitamine E en selenium.
Dient in voldoende mate in de voeding aanwezig te zijn. Het supplementeren van Vitamine E verhoogt zelfs het aantal antistoffen in de biest. Tekorten aan vitamine E en selenium zijn vaak bedrijfsgebonden en kunnen worden vastgesteld dmv een bloedonderzoek. Pas op met een overmaat aan selenium dit kan ongewenste neveneffecten hebben.
Calcium, koper, zink en fosfor.
In de laatste maanden van de dracht is de behoefte aan deze stoffen gestegen. Het wordt echter afgeraden dit zelf aan een rantsoen toe te voegen. Een goede uitgebalanceerde merriebrok voorziet in de behoefte.
HUISVESTING
Een paard hoort van nature op de weide te staan en niet het overgrote deel van de dag in een box. Een drachtige merrie is hierop geen uitzondering. Beweging voorkomt overgewicht, stalbenen, oedemen onder de buik, stalondeugden, etc. De infectie druk is op een schone weide altijd lager dan op stal.
Bij goed weer is de weide een ideale plaats om te veulenen, lage infectie druk en minder kans om verdrukt te worden. Veel eigenaren laten hun merrie veulenen in de stal om meer controle te hebben. De stal moet voldoende groot zijn (6m x 4m is ideaal). Geen voerbakken of drinkbakken op de grond. De stal is schoon en heeft een dik fris strobed. Het is verstandig de merrie 3 – 4 weken voor de uitgerekende geboorte over te brengen naar de veulenstal. Dit geeft de merrie de tijd om antistoffen aan te maken tegen de aanwezige bacteriën en virussen. Het veulen krijgt hierdoor een betere bescherming via het colostrum.
Voor een gezondheid check van uw merrie en verder advies kunt u contact opnemen met de praktijk (tel. 045-404 1850)
In het volgende artikel zal de geboorte van het veulen worden behandeld.
|