Het onderzoeken van kreupele paarden is een belangrijk onderdeel van de dagelijkse werktaak binnen de praktijk. Een kreupelheidsonderzoek is een systematisch opgebouwd onderzoek waarbij de oorzaak van de kreupelheid wordt achterhaald. Elke stap van het onderzoek dient zorgvuldig te worden uitgevoerd om tot een oordeel te komen. De opbouw van een onderzoek kunt u hieronder lezen of downloaden als PDF bestand.
Op de praktijk is een monsterbaan, een harde en een zachte longeercirkel aanwezig om uw paard in stap, draf en galop te kunnen beoordelen. Aanvullend onderzoek in de vorm van; röntgenonderzoek (digitaal), echografie, bloedonderzoek of onderzoek van de gewrichtvloeistof is eveneens mogelijk. Voor het uitvoeren van een CT of MRI scan of een arthroscopische ingreep helpen wij u graag verder naar de juiste kliniek.
De opbouw van een kreupelheid onderzoek
De voortbeweging van het paard is in tegenstelling tot de meeste andere diersoorten van essentiële betekenis voor zijn hedendaagse functie. Het is dus ook van het grootste belang dat wanneer we en paard om wat voor reden dan ook willen nakijken, aan de voortbeweging de grootst mogelijke aandacht te schenken. De meest voortkomende oorzaak van een gestoorde beweging is kreupelheid ten gevolge van pijn in een van de benen van het paard.
Wat is kreupelheid? Kreupelheid wil zeggen een storing in het normale gebruik van één of meer ledematen; d.w.z. een onregelmatige,asymmetrische, niet vloeiende gang van het paard.
Het kreupele been wordt voorzichtig neergezet of verkort naar voren gebracht.
Wat zijn nu de belangrijkste oorzaken van kreupelheid?
• pijn t.g.v. ontstekingsprocessen in een van de benen.
• mechanische belemmeringen, b.v. door een peesverkorting of b.v. bij het "op slot zitten" van een knie.
• verlammingen of ataxie.(=coördinatiestoring)
• infarcten in aanvoerende bloedvaten.
• door pijn buiten het gebied ven de ledematen (b.v. een uierontsteking)
Naar de aard van de kreupelheid onderscheiden we twee soorten;
• belastingkreupelheid
de belasting van het been is pijnlijk, daardoor wordt de belastingsperiode van het been verkort "verkorting van de pas naar achteren).
• bewegingskreupelheid
de beweging van het been is pijnlijk, het been wordt vertraagd en onvoldoende naar voren gebracht ("verkorting van de pas naar voren").
De verschillende stadia van het kreupelheidonderzoek zullen nu in het kort besproken worden.
Wat is het kreupele been?
Dit is niet altijd even duidelijk, soms kan het pas definitief worden vastgesteld na monsteren in stap en in draf en na longeren zowel in draf op zachte bodem als op harde bodem. In het algemeen is het zo dat bij een kreupel voorbeen het paard "valt" op het gezonde been, men ziet dan ook als het gezonde been belast wordt het hoofd sterk dalen, soms word het hoofd ook min of meer op geheven als het kreupele been belast wordt.
Bij een kreupel achterbeen wordt in de regel de kruishelft horend bij het kreupele been wat lager gehouden. Bij een ernstig kreupel achterbeen lijk het vaak dat door compensatie het tegenover liggende voorbeen ook kreupel is.
Wat is de aard van de kreupelheid?
De aard van de kreupelheid geeft soms een indicatie voor de plaats bepaling van de kreupelheid. Belastingskreupelheden komen meer voor aan de voorbenen en bewegingskreupelheden meer aan de achterbenen.
De oorzaak van belastingskreupelheden in het voorbeen vindt men vaker tussen hoef en Carpus (voorknie), in het achterbeen tussen hoef en spronggewricht.
Bewegingskreupelheden vinden hun oorsprong vaker hoger in het been in of rondom boeg- of elleboog gewricht in het voorb
een, en in of rondom heup- of kniegewricht in het achterbeen. Deze indeling gaat echter lang niet altijd op.
Wanneer we een kreupel paard gaan longeren zal, als het een belastingskreupelheid betreft, het paard ernstiger kreupel zijn als het kreupele been het binnenbeen is.
Bij een bewegingskreupel paard zal het paard meer kreupel zijn als het kreupele been het buitenbeen is. Dit komt omdat bij voltes het binnenbeen een langere belastingsfase heeft en het buitenbeen een langere bewegingsfase.
Als echter bij een voorbeen een belastingskreupelheid gelokaliseerd is aan de binnenzijde van de ondervoet zal door de grotere belasting van die binnenzijde het paard meer kreupel lopen als het kreupele been het buitenbeen is.
Wat is de mate van kreupelheid?
Is het een acute kreupelheid of een al langer bestaande kreupelheid? In het algemeen zullen acute kreupelheden verergeren door beweging en zullen langer bestaande (chronische) kreupelheden juist iets verbeteren door beweging. ("lopen er door heen"). In het verslag wat wordt gemaakt naar aanleiding van het kreupelheidsonderzoek wordt de ernst van de kreupelheid aangegeven in een getal variërend van 1 t/m 5. Hierbij betekent een 1 licht kreupel en een 5 ernstig kreupel waarbij het been volledig ontlast wordt.
Bekijken en betasten (palperen) van het kreupele been.
Vaak zal een paard met een belastingskreupel voorbeen dit been in rust iets schuin naar voren plaatsen waardoor het minder zwaar belast wordt ("wijzen/pointeren”). Een kreupel achterbeen zal meestal alleen op de toonpunt rusten of soms alleen op de voorkant van de hoef. Bij langer bestaande kreupelheden aan een voorbeen zal de bijbehorende hoef vaak smaller en hoger zijn geworden. Wanneer we het kreupele been palperen letten we vooral op pijnreacties, optredende zwellingen en plaatselijke warmere plekken op het been.
Het hoefonderzoek.
Het doel van het hoefonderzoek is om te bepalen of de kreupelheid wordt veroorzaakt door ontstekingen in de hoornschoen. Hoefontstekingen zijn voor het paard zeer pijnlijk en veroorzaken dus min of meer ernstige kreupelheid Wanneer deze ontstekingen niet tijdig worden ontdekt en via de zool worden open gelegd , zullen ze zich uitbreiden om uiteindelijk via de kroonrand open te breken.
Het hoefonderzoek bestaat uit het bekappen van de zool, het bekloppen met een nylon hamer en, indien het paard beslagen is, van de hoefnagels. Daarna kan men de hoef beknijpen met een zgn. visiteertang om plaatselijke pijnreacties op te wekken. Dit laatste kan bij een beslagen paard eigenlijk allen goed plaats vinden als het ijzer is verwijderd.
Het passief bewegen van het kreupele been.
Door bij het opgenomen been de diverse gewrichten te buigen en te strekken kan men bij het paard wederom pijnreacties op roepen. Deze reacties kunnen dan weer een aanwijzing zijn voor de plaats waar de kreupelheid is gelokaliseerd. Bij botbreuken voelt men op de breukplaats een abnormale beweeglijkheid en soms crepitatie (kraken).
Ook kan men bij een al langer bestaande kreupelheid een verminderde buigbaarheid van een aangetast gewricht waarnemen. Dit is soms opvallend aanwezig bij een ernstige kogelarthrose aan een of beide voorbenen.
De buigproeven.
Bij een buigproef wordt gedurende een bepaalde periode (1-2 min.) een of meerdere gewrichten aan gespannen. We onderscheiden de volgende buigproeven :
* de buigproef van de gewrichten van de ondervoet
* de buigproef van de voorknie
* de buigproef van het spronggewricht en de knie ("spatproef")
Voor een goede interpretatie van een buigproef moet men altijd het kreupele been vergelijken met het gezonde been. Een positieve buigproef geeft ons aanwijzingen over de plaats van de kreupelheid en over het eventueel al langer bestaan van de kreupelheid.
Plaatselijke verdovingen.
Een vrij nauwkeurige lokalisatie van een kreupelheid verkrijgt men door steeds kleine stukjes van het kreupele been te verdoven. Op het moment dat de kreupelheid sterk of geheel verbeterd heeft men vrij nauwkeurig de plaats van de kreupelheid gevonden.
Men onderscheidt twee soorten verdovingen:
• Geleidingsverdoving, men verdooft een zenuw die verantwoordelijk is voor de pijnbeleving in een bepaald gebied van het been.
• Verdoving rechtstreeks in een gewricht, peesschede of slijmbeurs.
Soms ziet men na een positieve reactie dat het paard aan het andere been gaat kreupelen. Het met behulp van verdovingen lokaliseren van het probleem is noodzakelijk voor een juiste diagnose en het voorkomt overmatig behandelen van bv. gewrichten welke niet bij de kreupelheid betrokken zijn.

Meestal is hierna nog aanvullend onderzoek noodzakelijk o.a.:
• Röntgenonderzoek.
• Echografisch onderzoek van pezen, banden en gewrichten.
• Bloedonderzoek.
• Onderzoek van gewrichtsvloeistof.
• CT- of MRI scan.
• Arthroscopie (“kijken in een gewricht”)
Voor een uitgebreid onderzoek van uw kreupele paard kunt u contact opnemen met Paardenpraktijk Zuid Limburg onder nummer 045-4041850.
Naar top van pagina